Rechtvaardigheid

“De rechtvaardigheid is de deugd waardoor de mens bereid is aan ieder het zijne te geven. Dit is een mooie maar ook een hele kille definitie van het begrip rechtvaardigheid. Van rechtvaardigheid wordt op de eerste plaats gezegd, dat mensen haar in de praktijk van elke dag moeten beoefenen. De mens staat daarbij in een gemeenschap, maar is ook een individu. De mens die deel uit maakt van de gemeenschap is geroepen tot een algemene rechtvaardigheid: dit is de plicht om te zorgen voor het algemeen welzijn van alle medemensen om zich heen. Hieronder valt ook ons sociale gedrag, dat verder reikt dan onze eigen grenzen en zelfs verder reikt dan de landsgrenzen. Te denken is hier aan humanitaire hulp in ontwikkelingslanden, maar ook hoe wij als land, als regering omgaan met de financiĆ«le regelingen bij ontwikkelingslanden. Ook valt te denken aan ons asielbeleid, en hoe wij haar ten uitvoer brengen op een rechtvaardige manier, zodat zij die asiel nodig hebben het ook krijgen.

Naast de algemene rechtvaardigheid is er ook de bijzondere. Deze heeft de mens op het oog als individu. Het particulier belang van deze mens is daarmee gediend. De eerste vorm van bijzondere rechtvaardigheid gaat over de verdelende rechtvaardigheid. Hoe verdeelt de regering of een bestuur de lusten en de lasten op een juiste manier over haar individuele burgers? De tweede vorm van bijzondere rechtvaardigheid is de commutatieve of ruil rechtvaardigheid. Haar competentie ligt op het ruilen, kopen, verkopen, op het gebied dus van prijzen, lonen en huren, op allerlei geldkwesties en transacties die gedaan worden tussen individuen. Wat is een rechtvaardige huur ten opzichte van het huis dat gehuurd wordt? Wat is een rechtvaardig loon dat in verhouding staat tot het werk dat verricht wordt? Brandende vragen in onze samenleving omdat er in de loop van de tijd het nodige is scheef gegroeid, en nu langzaam maar zeker zichtbaar wordt.

Een heel andere vraag is of een oorlog rechtvaardig is of niet en of het wel een echte oorlog is. Een rechtvaardige oorlog, wat is dat eigenlijk? Eerst is het van belang om in het licht van het Evangelie ons standpunt te bepalen: oorlog is ten allen tijde te verwerpen. Bij conflicten moet je aan tafel gaan zitten en overleggen. Mag je dan jezelf niet verdedigen? Moet je alles maar slikken wat je aangedaan wordt? Als je rechten met voeten worden getreden, mag je dan terugslaan?

Op deze vragen heeft de Bijbel geen standaardantwoord. Vandaar dat theologen zijn gaan nadenken over deze vragen. Is er ooit sprake van een rechtvaardige oorlog en wanneer dan wel?

In het verleden heeft de theologie de volgende voorwaarden op tafel gelegd bij bespreking van een rechtvaardige oorlog:

1. Ze moet gevoerd worden door het erkende gezag van een staat.

Niet iedereen kan een oorlog beginnen. Een staat kan de middelen hebben om een oorlog te voeren of om zichzelf te verdedigen.

2. Er moet een oorzaak zijn die gerechtvaardigd kan worden.

De oorzaak om een oorlog te beginnen moet zwaar genoeg zijn. Op de eerste plaats moeten alle andere middelen, als diplomatie en overleg ten volle benut zijn alvorens besloten wordt tot oorlogvoering.

3. Er moet een juiste intentie zijn.

De intentie moet zijn om het onrecht dat ontstaan is recht te zetten, niet om wraakgevoelens bot te vieren of om onschuldige slachtoffer te maken.

Later eraan toegevoegd:

4. De maat van oorlog voeren moet juist zijn.

Matiging moet er zijn in de middelen die gebruikt worden. Als de oorlog al bijna gewonnen is, dan geen grove middelen meer gebruiken.

5. Er moet een juiste verhouding zijn tussen kwaad dat je doet en het goede dat je wilt bereiken.

Er moet een goede verhouding zijn tussen het kwaad dat geschiedt en het goede dat je wilt bereiken. Wie of wat bombardeer je, op welke tijdstippen bombardeer je (bijv. op een stad waar marktdag is en er grote kans is op veel onschuldige slachtoffers).

Al deze overwegingen hebben hun grenzen en getuigen van een poging om te gaan met een moeilijk en delicaat onderwerp. Blijft staan dat oorlog voeren altijd een kwaad is dat je niet gauw kunt goedpraten of van goede argumenten kunt voorzien.